Welkom op deze website!

Deze website is de thuisbasis van de organisatie Fundamentum. Fundamentum zet zich in op het gebied van geloof en wetenschap, medische ethiek en apologetiek. Eigenaar van de website is Jan van Meerten. De website is ook de landingswebsite van het jaarlijkse congres ‘Bijbel & Wetenschap‘. Deze website bevat informatie over allerhande onderwerpen zoals seksuele gerichtheid, pro-life, wereldgodsdiensten (zoals Islam, Hindoeïsme etc.) en vooral over scheppingsleer, -geloof en -paradigma. In het laatste geval zijn wij voorstander van het klassieke scheppingsgeloof met een zesdaagse schepping, een historische zondeval en om niet meer te noemen een wereldwijde zondvloed. Verder gebruikt Jan van Meerten deze website om eerder door hem geschreven artikelen te bundelen en het onderwerp waarin hij zichzelf aan het specialiseren is uit te werken. Het gaat dan om paleoecologie, paleoklimatologie en paleontologie, meer specifiek de ecosystemen van de dinosauriërs (het zogenoemde Mesozoïcum), nog meer specifiek de zoogdierachtigen en vogelachtigen in deze ecosystemen. Zijn overige artikelen kunnen gelezen worden als (wetenschap)journalistieke stukken. De website bevat ook gastbijdragen van medechristenen. Als laatste is het ook de landingswebsite van de genealogie van het geslacht Van Meerten en Betuwse streekgeschiedenis. U kunt uzelf hier abonneren op de nieuwsbrief. Deze nieuwsbrief verschijnt maandelijks en zal alle onderwerpen behandelen behalve informatie over het geslacht Van Meerten. De nieuwsbrief bevat altijd de mogelijkheid om uzelf af te melden. Van harte welkom op deze website en veel leesplezier! Feedback kan gegeven worden via de pagina ‘hier mag u uw hart luchten‘. Op deze pagina zullen wij zelf niet veel reageren. Op reacties, vragen of stellingen wordt gereageerd in de rubriek ‘Feedback & vragen‘. De feedback kan ook gegeven worden via info@oorsprong.info.

Megazostrodon, een uitgestorven zoogdierachtige (Mammaliaformes) uit het Trias/Jura.
Megazostrodon, een uitgestorven zoogdierachtige (Mammaliaformes) uit het Trias/Jura. Deze foto is genomen in het Natural History Museum in Londen en afkomstig van de internetencyclopedie Wikipedia.

Aarde zag er na scheppingsweek uit alsof hij al langer bestond

Het is onmiskenbaar dat het beeld van Genesis 1 en 2 diametraal staat tegenover het beeld van de evolutietheorie, stelt dr. Willem Binnenveld.

Dr. René Fransen schreef een artikel (RD 4-8-2017) naar aanleiding van een kritische reactie van enkele biologen op het boek ”En de aarde bracht voort” van prof. G. van den Brink (RD 18-7-2017).

Zijn eerste punt is dat het argument van deze biologen tegen de evolutietheorie met betrekking tot pseudogenen niet klopt. Creationisten én Fransen achten het voorstelbaar dat onze voorouders een intact gen voor het maken van vitamine C hadden en dat dit in de loop van generaties kapot is gegaan. Het verschil is dat de creationisten Adam en Eva als voorouders beschouwen, terwijl Fransen die voorouders ergens anders plaatst.

Als hij het heeft over een degeneratiemodel dat creationisten zouden hanteren en dat speculatief is, dan bestrijdt hij een model dat hij zelf ook hanteert. Hij verzet vervolgens de palen en zegt dat het bestáán van pseudogenen niet zozeer het argument is voor een gemeenschappelijke afstamming van alle dieren (inclusief de mens), maar het verspréídingspatroon van de pseudogenen. Dit is echter niet het argument dat door Van den Brink is genoemd. Toch wil ik er wel verder op ingaan.

DNA-mutaties

Het defect in het gen bij mensen lijkt op dat bij mensapen; het defect bij cavia’s en vleermuizen verschilt hiervan. Volgens een evolutionist is dat een sterke aanwijzing voor verwantschap tussen mens en mensaap. Een gezamenlijke voorouder zou het defect opgelopen en vervolgens doorgegeven hebben aan de verschillende afstammingslijnen.

Het is echter nog maar de vraag of dit argument standhoudt. Er zouden namelijk mechanismen kunnen zijn die ervoor zorgen dat het defect bij mensen en het defect bij mensapen op elkaar lijken. Mutaties (veranderingen) in het DNA komen namelijk niet volstrekt door toeval tot stand. Er zijn delen van het DNA die snel muteren en delen die langzaam muteren. Dit is niet alleen afhankelijk van het stuk DNA zelf maar ook van de omgeving waarin het zich bevindt. Mensapen en mensen hebben naast essentiële verschillen veel overeenkomsten. Aangezien het DNA van mensen en het DNA van mensapen overeenkomsten hebben, is het voorstelbaar dat mens en mensaap overeenkomstige ”zwakke” plekken in het DNA hebben en dat dezelfde neiging tot mutatie die bij de mensaap optrad ook bij de mens is opgetreden, maar dan ónafhankelijk van elkaar. Deze optie is niet speculatiever dan de optie dat mens en aap een gemeenschappelijke afkomst zouden hebben.

Calvijn

Als tweede punt bestrijdt Fransen het omphalos-argument (de aarde is met schijnbare ouderdom geschapen), omdat God de mens dan moedwillig op een dwaalspoor zou zetten. Ook Van den Brink is deze mening toegedaan.

Tegen de stellingname van Fransen zijn de volgende overwegingen te maken:

1. Als we ons concreet voorstellen dat de wereld in zes dagen geschapen is, dan kan het niet anders, of na de eerste week zag de aarde eruit alsof deze al langer bestond, gerekend naar diversiteit, complexiteit, schoonheid en allure.

2. Als de levende natuur in zo’n rijke verscheidenheid geschapen is, waarom zou dat dan met de levenloze natuur ook niet het geval zijn? Geschapen met vele soorten gesteenten, vormen, motieven, kleuren, overgangen, hoogten en diepten.

3. Als de naturalistische natuurwetenschapper in de natuur misleid wordt, wie is het dan die misleidt? God? Of is hij het misschien zelf (zie Romeinen 1:21). Wij zijn tenslotte, om met Calvijn te spreken, „blinder dan de mollen.”

4. Het is onmiskenbaar dat het beeld van Genesis 1 en 2 diametraal staat tegenover het beeld van de evolutietheorie. Als de evolutietheorie waar zou zijn, dan zou God ons misschien niet op een dwaalspoor zetten in het boek der natuur, maar wel in het boek der Schriftuur. Wat is ernstiger?

Micro-evolutie

Een derde punt van Fransen is dat de evolutietheorie een grote rol speelt in wetenschappelijke discussies. Hij illustreert dit door aan te geven dat evolutionisten binnenkort in Groningen een congres houden en dat er in Groningen een miljoenen euro’s kostend Institute for Evolutionary Life Sciences (IELS) is opgericht. En als ergens zoveel in wordt geïnvesteerd, dan moet het wel serieus zijn…

Het is minder imponerend dan het lijkt. Hier wreekt zich het gegeven dat Fransen (en in zijn voetspoor Van den Brink) geen onderscheid maakt tussen micro-evolutie en macro-evolutie. De micro-evolutie beschrijft genetische veranderingen en veranderingen in bouw en functie die optreden in populaties (groepen levende wezens) in de loop van de tijd, en hoe deze afhangen van allerlei interne en externe factoren. Bestudering hiervan is zinvolle empirische wetenschap, die binnen een creationistisch kader beoefend kan worden en resultaten oplevert die voor mens en schepping relevant zijn. Macro-evolutie, het concept dat alle levende wezens een gemeenschappelijke voorouder hebben, is gebaseerd op onwetenschappelijke argumentatie achteraf.

Door het IELS wordt voor het grootste deel micro-evolutie bestudeerd en (op het congres) gepresenteerd. Macro-evolutie komt wel aan bod maar lijkt niet overheersend. Het concept van macro-evolutie is namelijk geen vruchtbare bodem voor wetenschappelijk onderzoek. Daarmee worden geen toetsbare voorspellingen gedaan over ziekten, geen geneesmiddelen ontdekt of ontwikkelingen in ecosystemen voorspeld. De vruchtbare micro-evolutie staat mijlenver af van de macro-evolutie. Macro-evolutie is een vorm van evolutionisme, iets wat Van den Brink juist wil bestrijden.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Binnenveld, W., 2017, Aarde zag er na scheppingsweek uit alsof hij al langer bestond, Reformatorisch Dagblad Puntkomma 47 (114): 8-9 (artikel).

De kanttekeningen bij de eerste elf hoofdstukken van Genesis in de Statenvertaling en onze vroegste geschiedenis – Deel 1: Proloog

Tegenwoordig verschijnen er veel studiebijbels of bijbels met aantekeningen. Helaas zijn daar ook evolutionair getinte uitgaven bij. Deze dienen met argumenten te bestreden te worden, want de evolutionaire geschiedenis staat haaks op de Bijbelse geschiedenis. Bijbels met kanttekeningen zijn overigens geen moderne verschijnselen. Vroeger schreef en drukte men al dergelijke Bijbels. De ‘Kanttekeningen bij de Statenvertaling’ uit 1637 zijn één van de bekendste kanttekeningen bij de Bijbel. Deze kanttekeningen werden in 1657 óók in het Engels vertaald. Vervolgens in het Duits (1665) en in het Frans (1669). Ze werden daardoor een begrip in de Gereformeerde Theologie en zijn zeker in Nederland zeer bekend. Wat zeggen deze kanttekeningen over onze vroegste geschiedenis zoals deze verwoord is in de eerste elf hoofdstukken van Genesis? U zult zien dat hier uitgegaan wordt van het klassieke scheppingsgeloof van een zesdaagse schepping, een werkelijk plaatsgevonden zondeval en een wereldwijde zondvloed. Vandaag het eerste deel: de proloog.

Op de eerste genummerde bladzijde in mijn Statenbijbel met kanttekeningen staat als inleiding op Genesis een proloog (of voorrede/voorwoord/inleiding). De titel van dit bijbelboek luidt in de Statenvertaling voluit: ‘Het eerste boek van Mozes, genaamd Genesis’. De Statenvertalers gaan ervan uit dat, anders dan de huidige en moderne theologie, Mozes het boek Genesis op schrift gesteld heeft. Dat is wel helder op te maken uit de proloog.

Geboorte of oorsprong

Het woord ‘Genesis’ is volgens de kanttekeningen uit de Griekse taal genomen en heeft als betekenis: ‘geboorte, oorsprong of geslacht’. In dit bijbelboek vinden we het begin of de geboorte van alle ‘zienlijke en onzienlijke dingen’.1 Deze beginselen zijn door God ‘in het begin door Zijn woord uit niet geschapen’. Hieronder ook de mensen ‘begiftigd met Gods beeld’. Deze mens werd in het paradijs geplaatst om, als hij gehoorzaam bleef, ‘eeuwiglijk te leven’. Van dit eeuwige leven was de ‘boom des levens’ een zichtbaar teken. In de scheppingsgeschiedenis is ook de reden te lezen voor de onderhouding van de sabbat en de instelling van het huwelijk.

Zonde en belofte

In de eerste hoofdstukken van Genesis lezen we ook over ‘het beginsel der zonde, des doods en allerlei ellenden’. Dit is over de wereld gekomen door ‘de ongehoorzaamheid van Adam en Eva in het eten van de verboden vrucht’. We zien de zonde ook terugkomen bij de geschiedenis van ‘een geweldigen vloed’ die ‘over het gehele menselijke geslacht’ wordt ‘uitgestort’. We lezen hier echter ook van de eerste belofte van genade en verlossing ‘des mensen door het Zaad der vrouw, Dat God uit loutere barmhartigheid geven zou, om den kop der slang (dewelke den mens tot ongehoorzaamheid geraden had) te vermorzelen, de zonde en den dood weg te nemen, en de verloren gaven der gerechtigheid en des levens weder te brengen’.

Kaïnieten en de zondvloed

In de eerste hoofdstukken van Genesis lezen we ook over ‘het eerste begin der rechte leer, religie en godsdienst, die met die eerste belofte voortgekomen is, en vervolgens van de ware kerk, niet alleen door den dienst van Adam, van Abel (dien Kaïn vermoordde), van Seth, Henoch, Noach, en de anderen naarstiglijk vergaderd’. Deze ware kerk werd door God tot en met Noach ‘genadiglijk bewaard’. De nakomelingen van Kaïn, die deze proloog ‘afvallige Kaïnieten noemt’, verwierpen de waarheid, vervalsten de godsdienst en verachtten de ‘godvruchtigheid’. Deze Kaïnieten zonderden zich af van ‘dat heilig volk’. De straf van de zondvloed kwam ‘door hun grove zonden en schanden’. Noach werd echter behouden met de zijnen.

Volkerentafel

Na de zondvloed werd de aarde weer hersteld. De eerste hoofdstukken van Genesis maken ook melding van de afkomst van de volkeren, de eerste belofte van de roeping van de heidenen en het begin van de eerste monarchie. Daarnaast lezen we van de verdeling van de talen. In de proloog wordt aangegeven dat de eerste geslachtsregisters diende ‘tot berekening der tijden en onderscheiding der volken’.

Het voornaamste oogmerk van Mozes om dit te verhalen is ‘aan te wijzen de wederoprichting der kerk, die uit het kleine hoopje van Noachs huisgezin voortgekomen zijnde’. Deze kerk is ‘een tijdlang in het geslacht van Sem (…) bewaard geweest’, maar uiteindelijk ook tot afgeoderij vervallen. Melchizedek en de zijnen worden in de proloog gezien als ‘een overblijfsel van de kerk’. Het heeft ‘Gode’ echter ‘beliefd een zeker geslacht uit de nakomelingen van Sem te verkiezen, hetwelk Hij van alle natiën afgezonderd hebbende tot Zijn eigendom heiligen wilde’. Hij heeft ‘uit louter genade Abraham met zijn nakomelingen aangenomen, en hem uit Ur in Chaldea, alwaar hij een afgodendienaar was, geroepen in het land Kanaän’ en hem beloofd dat de Messias ‘uit zijn zaad geboren zou worden’.

De proloog gaat daarna verder met de geschiedenissen van Abraham, Izak en Jakob en sluit af met Jozef. Met het levenseinde van Jozef eindigt het boek Genesis ‘begrijpende de historie van meer dan 2300 jaar’.

Ten slotte

We zien in beschrijving van deze proloog dat de kanttekenaren aangeven dat het om geschiedenis gaat. De letterlijke zes dagen behoren kennelijk niet tot de hoofdelementen van de proloog, maar de ouderdom van de aarde wordt wel benoemd. Van de schepping tot Jozef beslaan 2300 jaar. Overigens wordt wel benadrukt dat de zienlijke en onzienlijke dingen door Zijn Woord uit niet zijn geschapen. De zondeval en de beloofde Messias staan centraal in de proloog. De mensheid wordt getekend in zijn verdorvenheid, maar God is barmhartig (‘loutere barmhartigheid’) en genadig (‘louter genade’). Er wordt redelijk uitgebreid verwezen naar de zondvloed en de geslachtsregisters hebben als doel om de tijden te berekenen en een onderscheid te maken tussen de volkeren. Er wordt geen ‘gat’ gesignaleerd tussen Genesis 11 en Genesis 12, het gaat in Genesis om doorlopende geschiedenis.

Voetnoten

‘Fuzzy with a Chance of Feathers’ – Dr. Marcus Ross sprak in het gebied rond Chicago over geverderde dinosauriërs

Vanaf 7 januari tot en met 10 januari 2023 hield de Amerikaanse organisatie Midwest Creation Fellowship een tour met de paleontoloog dr. Marcus Ross in het gebied rond Chicago. Dr. Ross sprak in een drietal kerken over ‘Fuzzy with a Chance of Feathers‘. De lezing ging over het al dan niet bestaan van gevederde dinosauriërs. Een van deze meetings is opgenomen en terug te kijken. Met dank aan Midwest Creation Fellowship voor plaatsing van de video.

De schepping-evolutie-strijd is weer helemaal terug! – Bespreking ‘En de aarde bracht voort’

Om de zoveel jaar gebeurt het: dan brandt in christelijk Nederland de strijd weer los over de vraagstukken rond schepping en/of evolutie. Dit jaar gebeurde dat door de verschijning van twee dikke boeken, geschreven door twee theologieprofessoren, beiden afkomstig uit de Protestantse Kerk in Nederland, en wel uit de rechterflank daarvan: de Gereformeerde Bond. De ene een oud-student van mij, de ander een oud-collega van mij. Beiden door mij gewaardeerd om hun kundigheid. Beiden orthodox, dat wil zeggen beiden onderschrijven voluit de Geloofsbelijdenis van Nicea.

De christelijke dagbladpers (Trouw, Friesch Dagblad, RD en ND) heeft zich uiteraard op het conflict gestort, en radio en tv zullen wel spoedig volgen. Er zijn al diverse symposia en conferenties belegd, maar eigenlijk is de discussie nog maar nauwelijks begonnen.

Het eerste boek, eind juni verschenen, heet En de aarde bracht voort: Christelijk geloof en evolutie (uitg. Boekencentrum, Utrecht) en is geschreven door prof. dr. Gijsbert van den Brink (1963), hoogleraar aan de VU te Amsterdam. Hierin verdedigt hij de evolutieleer, inclusief de leer van de menselijke evolutie. Tegelijk wil Van den Brink op een of andere manier vasthouden aan de ‘historische’ Adam en de ‘historische’ zondeval. Maar het valt natuurlijk niet mee Genesis 1–3 én de leer van de menselijke evolutie op één noemer te krijgen. Van den Brink moet daar, als ik zo oneerbiedig mag zijn, dan ook heel wat capriolen voor uithalen, die mij en vele anderen in het geheel niet overtuigen.

Het tweede boek heet Oorspronkelijk: Overwegingen bij schepping en evolutie (uitg. De Banier, Apeldoorn) en is geschreven door prof. dr. Mart Jan Paul (1955), hoogleraar aan de ETF te Leuven. Hij gaat uit van de volle historiciteit van Genesis 1–3 en wil er niets van weten dat deze hoofdstukken gelezen zouden moeten worden door de bril van de evolutieleer. Tussen twee haakjes: Paul schreef zijn boek niet als reactie op dat van Van den Brink; toen dit laatste uitkwam, lag Pauls boek al bij de drukker.

Je zou vandaag de dag misschien kunnen denken dat het creationisme (de beweging die in de bijbelse schepping gelooft en de leer van een algemene evolutie [van amoebe tot mens] afwijst) in Nederland zo langzamerhand dood is. Dat is niet het geval. Op het boek van Van den Brink kwam meteen flink protest van diverse gepromoveerde natuurwetenschappers (Willem Binnenveld, Peter Borger, Herman Bos, Juri van Dam, Hans Degens en Wim de Jong1Red.: Ouweneel verwijst naar dit artikel: https://oorsprong.info/kritische-weging-evolutie-ontbreekt/.) die Van den Brinks nogal kritiekloze aanvaarding van de evolutieleer gelukkig stevig onder handen namen. Sommige theologen hebben Van den Brinks boek natuurlijk juichend ontvangen, maar anderen hadden er stevige kritiek op. Nu sinds 29 augustus ook het boek van Paul uit is, zal de discussie wel helemaal losbranden.

Laat ik het maar ronduit zeggen: afgezien van wat kleinere punten sta ik grotendeels achter Mart Jan Paul. Ik vind de aanpak van Van den Brink, hoe goed bedoeld ook, desastreus. Ik durf zelfs de stelling aan dat zijn aanpak, ook al wil hij dat absoluut niet, altijd eindigt in de vrijzinnigheid; is het niet bij hem, dan bij zijn volgelingen. Ga maar na: bij Van den Brink zijn Adam en Eva niet de eerste mensen, is Adam niet door God zelf uit stof toebereid, is Eva niet uit de zijde van Adam voortgekomen, maar zijn zij ‘hominiden’, afstammelingen van oermensen. Door Adam is niet de dood in de wereld gekomen, want de dood bestond allang. Je vraagt je af waarom Christus aan het kruis gestorven is om de dood af te schaffen, als de dood niet door de zonde in de wereld is gekomen, maar een natuurlijk verschijnsel is. Je vraagt je ook af in hoeverre we de apostel Paulus verder nog serieus kunnen nemen als hij, als kind van zijn tijd, niet eens wist hoe het nou het echt zat met Adam en de zondeval. Het antwoord dat Mart Jan Paul en ikzelf daarop zouden geven, is dat Paulus dat eenvoudig aan het goddelijk geïnspireerde Genesis 1–3 heeft ontleend. (Trouwens, ook Jezus was blijkbaar onwetend ‘kind van zijn tijd’, want ook Hij nam Genesis 1–3 letterlijk!)

Op het moment dat een christen begint te geloven dat Adam een geëvolueerde hominide is, verlies je het bijbelse mensbeeld. In de Bijbel zijn de verschillen tussen dieren en mensen niet gradueel, maar essentieel. Neem alleen al deze vraag: dieren houden bij de dood op te bestaan, maar mensen bestaan na de dood eeuwig voort. Hoe moeten we dat verklaren vanuit de menselijke evolutie? Hoe en wanneer evolueerden dieren tot eeuwigheidswezens? Of was daar stiekem toch weer een ingrijpen van God voor nodig? Lukt dat, zo’n voorstelling van zaken waarin aan de ene kant de Bijbel gelezen wordt door een evolutiebril – en de evolutietheorie heeft God helemaal niet nodig! – en aan de andere kant toch weer bijbelse noties worden ingevlochten? Hier is werkelijk een nieuwe hermeneutiek in het geding: voor het verstaan van de Bijbel is tegenwoordig blijkbaar de “moderne wetenschap” nodig.

Ik weet alle antwoorden die Van den Brink op mijn commentaar zal hebben, want die staan in principe al in zijn boek. Daarom is zo’n column als deze hoogst onvoldoende. Op verzoek van een buitenlandse uitgever ben ik dan ook druk bezig met een omvangrijk Engelstalig werk waarin ik Van den Brink, alsmede zijn Engelstalige geestgenoten (van BioLogos en soortgelijke organisaties), grondig hoop te weerleggen. Dat moet wel, want mijns inziens is hier de kern van het christendom in het geding. Zonder de eerste Adam blijft er – ondanks Van den Brinks uitgebreide redeneringen – ook van de laatste Adam niet veel over. Dat wil Van den Brink niet, maar hij bevindt zich volgens mij wel op het hellende vlak (Hosea 8:7a).

Eerder verscheen op deze website een artikel van hem met als titel: ‘Wil de juiste Adam opstaan alsjeblieft?’. Dit artikel is hier te vinden. Zijn tweede artikel verscheen op deze website met als titel ’14 uitdagingen aan hen die geloven dat Adam een geëvolueerde aapmensachtige was’. Dit artikel is hier te lezen. Zijn derde artikel dat raakvlakken heeft met deze discussie draagt de titel ‘Tien stellingen over schepping, evolutie, Adam en de zondeval’. Dit artikel is hier te lezen.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

Genderdysforie bij tieners en aspecten van behandeling – Drs. Leontien Bakermans sprak op Nederlands congres d.d. 26 februari 2021

Op 26 februari 2021 organiseerde ik, Jan van Meerten, namens Logos Instituut, een congres over ‘Geloof en Wetenschap’. Apotheker drs. Leontien Bakermans sprak over genderdysforie bij tieners en (on)mogelijkheden van behandeling. Deze video is, met dank aan Geloofstoerusting, opgenomen en hieronder te bekijken.

Zie hier ook een artikel van drs. Bakermans over puberteitsremmers.

Uit balans – Wetenschapsbijbel stelt wetenschap en Bijbel teleur

Het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap (NBG) wil met de Wetenschapsbijbel op wetenschappelijk verantwoorde wijze de kloof tussen de Bijbel en onze tijd duiden en waar mogelijk overbruggen. De Wetenschapsbijbel bevat veel nuttige informatie, mooie dwarsverbanden en interessante actuele toepassingen. Toch stelt de uitgave in het licht van de doelstelling teleur.

De wetenschap en de Bijbel komen namelijk beperkt tot hun recht. Bovendien blijven de grote vragen van het leven veelal onbenoemd.

Verantwoorde omgang

Deze uitgave draagt officieel de titel Bijbel met bijdragen over geloof, cultuur en wetenschap. Dat is feitelijk inderdaad wat het is: ‘gewoon’ een Bijbel in de vertaling NBV21, met af en toe een korte of iets langere tekst ertussendoor.

Vooropgesteld moet worden dat het doel van de Wetenschapsbijbel ronduit positief en navolgenswaardig is: de Bijbel in verband brengen met vragen en ontwikkelingen in het hier en nu. Dat brengt meteen ook bij een vraag aan hen die deze Wetenschapsbijbel kritisch bezien. Is er door hen genoeg gedaan om een verantwoorde omgang met geloof en wetenschap te bevorderen en worstelende zielen pastoraal nabij te zijn? Hebben we mogelijk schade aangericht door te stellige opvattingen over (bij)-zaken waarover de Bijbel zich niet duidelijk uitspreekt? Laat ons vrezen voor het aangezicht van God, zowel in het afdoen als in het toedoen aan de Schrift. Zeker richting jongeren die worstelen met geloof en wetenschap, hebben we een grote verantwoordelijkheid.

De inleiders, prof. dr. G. van den Brink (VU) en dr. A.M. Schol-Wetter (NBG), voeren onvermijdelijk een hoge pretentie door zelf bewust ook de benaming Wetenschapsbijbel te gebruiken. Ze willen geen commentaar of studiebijbel bieden, want daarvan zijn er al genoeg. Het gaat hen om de verhouding tussen Bijbel en wetenschap, het duiden van bijbelse onderwerpen in het licht van de (wetenschappelijke) actualiteit om actuele vragen in bijbels perspectief. Dat alles op een wetenschappelijke manier. Ik constateer echter dat bij veel bijdragen de grens tussen studiebijbel en Wetenschapsbijbel toch dun lijkt. Van een wetenschapsbijbel mag mijns inziens meer verwacht worden, zowel wat betreft de inhoud als wat betreft het met elkaar in verband brengen van wetenschap en Bijbel.

Thema’s en topics

Het meest omvangrijk zijn de ruim twintig thema’s, die elk ongeveer vier pagina’s beslaan. Het gaat om onderwerpen die door de hele Bijbel heen van belang zijn, zoals wonderen of geweld. Ten tweede zijn er ongeveer vijftig topics van elk een pagina. Het gaat daarbij om specifiekere onderwerpen, zoals het jubeljaar of de zondvloed. Tot slot zijn er ongeveer tweehonderd toelichtende kanttekeningen bij individuele bijbelteksten; het gaat om één tot maximaal zeven toelichtingen per bijbelboek. De driedelige structuur van de Wetenschapsbijbel is nuttig. De inhoud en het nut van de Wetenschapsbijbel zijn wellicht vooral te beoordelen op de thema’s en topics. Bij het selecteren van onderwerpen blijft veel te wensen over. Ik mis bijvoorbeeld thema’s als verzoening en rechtvaardigheid. Toch is mijn indruk dat de redactie aardig geslaagd is in het streven om een goede selectie te bieden. Meer kritiek kan geleverd worden op de verdeling over thema’s en topics. Is het zorgvuldig om een thema te wijden aan homoseksualiteit en daarin vooral de klassieke overwegingen te relativeren, terwijl het topic huwelijk zich vrij zakelijk beperkt tot een historische beschrijving? Waarom is niet gekozen voor een thema over huwelijk, seksualiteit en gezin? En is het belang van voortplanting echt vooral een culturele voorkeur of is daarover op grond van de wetenschap en de Bijbel nog iets te zeggen? Het blijft gissen voor de lezer.

Missing links

Er is geen grond voor de gedachte dat de Wetenschapsbijbel slechts informatie biedt voor verder gesprek, zonder zelf stelling te betrekken. De opvattingen over onder meer de vermeende subjectiviteit van de moraal en reïncarnatie zijn (terecht) behoorlijk stellig. Als we alles afwegen, dringt het zich bij het lezen de vraag op: doet de uitgave primair recht aan de wetenschap en de Bijbel of lezen we vooral een weerslag van mainstreamopvattingen onder westerse christenen? Opvallend is bijvoorbeeld hoe negatief-relativerend de auteurs over hiërarchie schrijven. Zou een iets kritischer blik op onze hedendaagse, westerse culturele positie ons niet sieren? Is de orde van man en vrouw echt vooral iets van na de zondeval? Tot mijn verbazing constateerde ik dat de Wetenschapsbijbel twee kardinale ‘missing links’ kent: juist de onderwerpen wetenschap en het Woord komen nauwelijks uit de verf.

Wazige teksten

Een algemene duiding van de wetenschap blijft hoofdzakelijk beperkt tot een kolom in de inleiding en een topic van een pagina. Over de aard van wetenschap zijn relativerende opmerkingen te lezen. Ook wordt terecht gewezen op het risico om meer te (willen) lezen in bijbelteksten dan bedoeld is. Op veel punten bijten wetenschap en Bijbel elkaar inderdaad niet. Toch draait de publicatie om de hete brij heen: wat nu als Bijbel en wetenschap botsen met uitspraken over dezelfde werkelijkheid? Cavijn gaat in zijn preken over Genesis 1 wel recht op de kern af: met de eenvoudige beschrijving van de schepping test God de nederigheid van ons geloof! Die test geldt voor leken en wetenschappers.

Ten aanzien van de evolutie wordt vooral gepoogd de bijbelse gegevens in te passen in de huidige stand van de wetenschap. Het risico ervan wordt benoemd, maar tegenstemmen komen nauwelijks aan bod. Een kritische beoordeling van de aard van de evolutiebiologie ontbreekt eveneens. Er is zonder verdere duiding te lezen dat ‘wie ervoor open staat’ het geloof in de Schepper kan verenigen met de hedendaagse wetenschap, inclusief de evolutie. Dit soort wazige teksten past eerder bij esoterische bewegingen dan bij de nuchterheid van zowel de wetenschap als de Bijbel. Blijven we per saldo niet achter met een variant van de deïstische god, die het evolutiemodel mag uitvoeren, maar die verder weinig in te brengen heeft?

Andere perspectieven

De auteurs geven terecht aan dat de Bijbel ook over andere vragen en perspectieven gaat dan de wetenschap. Helaas wordt nauwelijks duidelijk welke andere vragen dat zijn en welke perspectieven ze kunnen openen. Prof. H. Bavinck waarschuwde in zijn lezing over geloofszekerheid dat voor onze hoogste, eeuwige belangen, niet minder dan onfeilbare, goddelijke zekerheid nodig is en dat die wetenschap ons die zekerheid nooit kan schenken. Zou ook een wetenschapsbijbel in een tijd vol (religieuze en seculiere) onzekerheid niet juist hier als gids van meerwaarde kunnen zijn? Doet het dan bijvoorbeeld recht aan de ernst van de vraag of de hel eeuwig is om te volstaan met de opmerking dat daarover verschil van mening bestaat?

Het Woord en het woord

De status van het Woord van God als openbaring, als Heilige Schrift, blijft vrijwel onbesproken. Er is slechts een topic dat expliciet gaat over het spreken van God. Toch hangt van dit onderwerp misschien wel alles af. Als lezer bekruipt je de vraag of de klassieke Schriftvisie niet is weggespijpeld en en het menselijk spreken over God is gaan domineren. Er wordt heel veel gesproken over bijbelschrijvers die hun boodschap verpakken, die werken met het wereldbeeld van hun tijd en die literaire motieven gebruiken. Waar blijkt het uitgangspunt dat de schrijvers door de Geest gedreven Gods Woord voortbrengen? Als het gaat om de schepping benoemen de auteurs herhaaldelijk dat God schept door Zijn Woord (Ps. 33). Die harde noot is door de evolutietheorie eigenlijk niet te kraken, maar een nadere zelfreflectie ontbreekt. De kerntekst Hebreeën 11:3 blijft ook onbesproken: door het geloof verstaan we dat de wereld door het Woord van God tot stand is gebracht. De lijnen naar het Nieuwe Testament zijn in de Wetenschapsbijbel overigens vaker zwak of zelfs afwezig. Als de schrijvers (veronder)stellen dat er buiten de tuin van Eden al mensen konen leven, wat betekent dit dan voor de vergelijking die Paulus trekt tussen Adam en Christus? Bij al zulke vragen is Christus als vleesgeworden Woord in het geding.

Voor het beoordelen van de positie van de mens is de rol van het woord van essentieel belang. Het woord biedt meer dan de mogelijkheid om te communiceren. Het brengt ons immers in verbinding met Christus als eeuwige Woord. Ook bij internationaal vooraanstaande genoomwetenschappers als Francis Collins en primatologen als Frans de Waal is te leren dat de mens zich wezenlijk onderscheidt van de dieren. Wat betekent dit bijbels gezien bijvoorbeeld voor de vraag of we over de mens als een (zoog)dier of als een mensaap kunnen spreken? Het zijn punten waar we van een wetenschapsbijbel iets mogen verwachten.

Geen gunstige basis

De Wetenschapsbijbel biedt aan het slot nuttige literatuursuggesties en gespreksvragen. Dat is mooi. De inhoud van de Wetenschapsbijbel biedt naar mijn indruk echter geen gunstige basis voor een evenwichtige gesprek. Kritische tegenstemmen ontbreken nogal eens en argumenten voor en tegen zijn soms zelfs opzichtig uit balans. Er zijn maar weinig thema’s – goede voorbeelden zijn duurzaamheid en lichaam en geest – waarin meer dan summier een vergelijking tussen wetenschappelijke en bijbelse gegevens en een weging ervan plaatsvindt, terwijl dat toch de beoogde meerwaarde van de Wetenschapsbijbel zou moeten zijn. Bovendien komt het nogal eens voor dat deze uitgave met een minimum aan onderbouwing een maximum aan (veronder)stelling betrekt.

De Wetenschapsbijbel is in ieder geval een goede aanleiding en stimulans om (weer) aan de slag te gaan met vragen van geloof en wetenschap. Laten we daarbij de schatten uit het verleden niet vergeten. Het is bijzonder hoe ds. G. Boer in de jaren zestig van de vorige eeuw in zijn serie preken en bijbellezingen over Genesis op godvruchtige en heldere, maar ook ontspannen wijze, wist te (s)preken over geloof en wetenschap (Ik ben de Alpha). Die benadering helpt ons ook in deze tijd verder.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Waarheidsvriend. De volledige bronvermelding luidt: Leertouwer, G., 2023, Uit balans. Wetenschapsbijbel stelt wetenschap en Bijbel teleur, De Waarheidsvriend 111 (5): 4-6 (artikel).

Nieuw boek ‘Strange New World’ van theoloog dr. Carl R. Trueman nu ook in het Nederlands vertaald en uitgegeven door Uitgeverij Jongbloed

In het voorjaar van vorig jaar verscheen de handzame paperback ‘Strange New World: How Thinkers and Activists Redefined Identity and Sparked the Sexual Revolution’. Toen ik het boek in handen had dacht ik: het zou goed zijn als hier een Nederlandse vertaling van kwam. Nu is het boek bij Uitgeverij Jongbloed verschenen onder de titel: ‘Een vreemde nieuwe wereld: Hoe ons denken over identiteit en seksualiteit veranderde’. Dankbaar dat er nu een vertaling ligt voor de Nederlandse markt.

Boekinformatie

Het boek ‘Een vreemde nieuwe wereld’ is een vereenvoudigde versie van ‘The Rise and Triumph of the Modern Self: Cultural Amnesia, Expressive Individualism, and the Road to Sexual Revolution’. Het boek bevat een voorwoord van de Nederlandse theoloog dr. Maarten Klaassen, die eveneens lector is voor Bijbels Beraad M/V. Het boek bevat bovendien een voorwoord van de Amerikaanse filosoof dr. Ryan T. Anderson. Anderson werd bekend door zijn boek ‘When Harry Became Sally: Responding to the Transgender Moment’. Het verschijnen van laatstgenoemd boek werd door Amazon niet in dank afgenomen en verwijderd uit de boekencollectie.1 Gelukkig is de receptiegeschiedenis van de boeken van Trueman beter. Dr. Carl Trueman promoveerde in 1991 aan de University of Aberdeen op een proefschrift met als titel: ‘Luther’s Legacy: Salvation and English Reformers, 1525-1556’. Momenteel is hij docent Biblical and Religious Studies aan Grove City College. Het boekje bevat een mooie lijst met mensen die het aanbevelen, zoals de ook op deze website bekende SGP-senator mr. Diederik van Dijk, secretaris van The Gospel Coalition Nederland en Vlaanderen dr. Kees van Kralingen en historicus en publicist dr. Bart Jan Spruyt. De meerwaarde is dat er bij het boek ook een studiegids is samengesteld.

Beschrijving

Op de website van Jongbloed wordt een beschrijving gegeven van het boek:

“De identiteitspolitiek die snel aan invloed wint, schept verwarring over aspecten van persoonlijkheid en moraal die ooit vaststonden. Sinds de seksuele revolutie, het homohuwelijk en genderkwesties is het persoonlijke steeds meer gepolitiseerd.

In ‘Een vreemde nieuwe wereld’ beschrijft Carl R. Trueman de historische, filosofische en technologische factoren die de huidige identiteitspolitiek bepalen. Hij biedt niet alleen een toegankelijke analyse van de invloed van technologie en pornografie, maar ook van de culturele ideologie van denkers sinds de Romantiek. Trueman biedt een broodnodig Bijbels perspectief op persoonlijkheid en gaat de confrontatie aan met onze tijd van ‘expressief individualisme’. Hij laat zien hoe we ons kunnen bewegen in een cultuur die vaak vijandig staat tegenover christelijke overtuigingen.

De bijbehorende uitvoerige studiegids nodigt uit tot bespreking en zal online worden aangeboden.“

Aanbeveling van dr. Benno Zuiddam

In de najaarscatalogus 2022 van Uitgeverij Jongbloed wordt het boek aangekondigd onder de titel ‘De huidige tijd in Bijbels perspectief’. Het is een verademing om te zien dat de uitgever nu ná verschillende theïstisch evolutionistische lekenboeken te hebben uitgegeven nu weer een bijbelgetrouw boek uitgeeft. Het boek krijgt in de najaarscatalogus nog een extra aanbeveling van dr. Benno A. Zuiddam. Hij schrijft: “Ideeën hebben gevolgen. Dit boek laat zien hoe de hedendaagse mens de maat van alle dingen werd en daardoor verantwoordelijk is voor de geestelijke en morele crisis van onze tijd.” Van mijn kant wordt het boek ook warm aanbevolen. We hopen dat dit boek tot eer van God is en tot rijke zegen en heil van de naaste mag worden gesteld!

Het boek en de studiegids is verkrijgbaar via de website van Uitgeverij Jongbloed.

Voetnoten

‘Evolutie: wetenschap of geloof?’ – Student Josianne Slijkhuis in gesprek met biologiedocent Gregory van den Top (Tweede deel)

In 2021 ging student psychobiologie Josianne Slijkhuis in gesprek met biologiedocent Gregory van den Top (MSc.). Dit gesprek is door het jongerenblad Daniël opgenomen en op het YouTube-kanaal Daniel Online geplaatst. Met dank aan het kanaal kunnen we dit ook hieronder delen. Hier het tweede deel, vorige week verscheen het eerste deel.

‘Embryonic Development of Reproductive Control in Mammals: An Achilles’ Heel for Evolution’ – Lezing dr. Tim Wells toch wel online

Noot van de redactie: Soms krijg je hulp uit onverwachte hoek. In het vorige artikel werd er geschreven dat er geen video-opname was van de lezing van dr. Tim Wells.1 Evolutiebiologe dr. Gerdien de Jong attendeerde ons er op dat dit wel het geval is.2 Dr. Tim Wells bleek de video op zijn YouTube-kanaal (waarvan we het bestaan niet wisten) gezet te hebben.

Op 7 oktober 2022 hield dr. Timothy Wells van Cardiff University voor Creation Ministries International een lezing over ‘Embryonic Development of Reproductive Control in Mammals: An Achilles’ Heel for Evolution‘. Met dank aan dr. Tim Wells staat de lezing online en is deze terug te luisteren via zijn YouTube-kanaal. Veel zegen bij het kijken en luisteren!

Het insluiten van de video lukt niet, maar hier is de link: https://www.youtube.com/watch?v=mmyraqCLO1A

Voetnoten

Neuroendocrinoloog dr. Timothy Wells sprak vorig jaar over de embryologische ontwikkelingen van het reproductiesysteem van zoogdieren – ‘Een achilleshiel van evolutie’

Op 7 oktober 2022 sprak neuroendocrinoloog dr. Timothy Wells in de livestream van Creation Ministries International (CMI). Wells is werkzaam aan Cardiff University en heeft tientallen publicaties op zijn naam staan.1 Helaas is de livestream niet meer terug te krijgen.2 Dit artikel wil een reconstructie geven en bevat een verzoek aan de mensen die deze lezing wél hebben gevolgd.

Wells

Dr. Timothy Wells is wat mij betreft een identificatiefiguur voor studerende jongeren. Wells houdt vermoedelijk vast aan een zesdaagse schepping, anders zou de conservatieve organisatie CMI deze man niet uitnodigen. Hij daagt, ziende op de titel, op wetenschappelijke wijze de evolutietheorie (in de zin van gemeenschappelijke afstamming) uit. Bovendien heeft hij talloze wetenschappelijke artikelen gepubliceerd in standaard wetenschappelijke tijdschriften. Wells promoveerde aan de University College of London (UCL) in 1989. Heb helaas zijn proefschrift (nog) niet kunnen vinden, maar het lijkt te gaan over endocrinologische proeven bij ratten.

Lezing

Op 7 oktober 2022 hield dr. Wells die ‘Live presentation‘ voor CMI. De lezing had als titel ‘Embryonic Development of Reproductive Control in Mammals: An Achilles’ Heel of Evolution’. De beschrijving van de lezing is kort: ‘In this presentation, Dr Wells shows how piecing together the reproductive system is an ‘impossipuzzle’ for neo-Darwinian evolution’. De presentatie vond plaats via het programma ‘Zoom’. Uit navraag bij CMI bleek dat de presentatie niet opgenomen is, of in ieder geval niet wordt gedeeld met derden. Het is erg belangrijk dat dergelijke lezingen breder verspreid wordt dan alleen via een beperkt Zoom-kanaal! Waarom? Tot eer van de Schepper en tot heil van onze naaste.3

De lezing van dr. Tim Wells is toch wel terug te luisteren. De wetenschapper heeft de lezing op zijn YouTube-kanaal geplaatst. Zie voor deze lezing: hier.[/note]

Voetnoten